interview Nóra Dudás

door zr Rosaliene Israël

“Het is een uitdaging om al het unieke dat tot leven komt, te vieren, maar ook weer los te laten als dat nodig is.”

Nóra Dudás komt uit Hongarije en woont twee jaar bij Oudezijds 100. Ze is masterstudent aan het Conservatorium van Amsterdam en doet vrijwilligerswerk in de Inloop en als muziekdocent voor de kinderen van de gemeenschap.

 

Wie ben je, waar kom je vandaan?
‘Mijn naam is Nóra Dudás en ik kom uit Hongarije. Mijn achternaam komt van een Hongaars muziekinstrument, magyar duda, een soort doedelzak. Dudás betekent: iemand die dat instrument bespeelt. Ik ben anderhalf jaar geleden in Nederland komen wonen om orgel te studeren en meer over mezelf en de wereld te leren en te ervaren.’

Hoe ben je aanraking gekomen met Oudezijds 100?
‘Ik was echt op zoek naar een christelijke gemeenschap in Amsterdam, waar ik vrijwilligerswerk zou kunnen doen en om een idee te krijgen van de West-Europese christelijke manier van leven. Ik was toen kandidaat bij een Hongaarse kloosterorde (de Schoolzusters van Notre Dame) en daarom zocht ik eigenlijk een katholieke plek. Toch was ik heel blij toen ik deze oecumenische gemeenschap vond! Het was namelijk zo, dat ik ‘toevallig’ het emailadres kreeg van de Hongaarse Dániel Karl, die hier ook vrijwilliger is geweest. Zijn moeder had me verteld over zijn leven in de gemeenschap en hij heeft me geholpen om in contact te komen met Oudezijds 100. Daar ben ik hem nog steeds dankbaar om!’

Wat draag je nu bij in het gemeenschapsleven?
‘Op dinsdagmiddag maak ik de Kajuit schoon en ik geef pianoles aan een paar (jonge) gemeenschapsleden. Soms doe ik de kapel. En, als ik eraan denk, dan glimlach ik, mensen hebben me verteld dat dat eigenlijk al genoeg is!’

Wat betekent Oudezijds 100 voor jou?
‘Al weet ik niet hoe lang ik hier zal blijven wonen, het is mijn thuis. Het is een sterke boomstam, waar ik tegenaan kan leunen en die me belangrijke kracht geeft in het dagelijkse leven. Het is ook een plaats waar ik vrij kan zijn en waar ruimte is om te veranderen: door de flexibiliteit en dynamiek van de gemeenschap, maakt het niet uit of ik vandaag actief of passief, sociaal of minder sociaal ben.’

Hoe vind je het om in een oecumenische gemeenschap te leven?
‘Ik had al eerder in een oecumenisch studentenhuis gewoond toen ik nog in Hongarije studeerde, dus ik was er al wel aan gewend. Wat ik me toen realiseerde, en nu weer, is dat het alleen om het persoonlijke geloof en contact met God gaat. Naar wat voor kerk iemand gaat, vind ik niet zo belangrijk. Ik zou het trouwens heel inconsequent vinden van God als er alleen tijdens de communie in de katholieke kerk iets zou gebeuren. Wel is het zo dat elke kerk, net als elk land, zijn eigen gezicht en karakter heeft. Verschillende kerken benadrukken verschillende aspecten, dat vind ik mooi! Samen geven deze aspecten een compleet beeld, dus we hebben elkaar nodig, we kunnen leren van elkaar.’

Het jaarthema van Oudezijds 100 is ‘opgewekt vieren’. Waar denk jij dan aan?
‘Ik denk dat we op verschillende niveaus opgewekt kunnen zijn. Soms is het misschien goed om te kijken naar de echte bronnen van vreugde in ons leven, zodat ik me bewust word van de diepere zin van het geluk in mijn leven, op elk moment. Ik bedoel, het besef dat mijn hele leven een geschenk is en een mogelijkheid om, op wat voor manier dan ook, een connectie met God te vinden. Daarvoor heb je een soort bewustzijn nodig, complete aandacht en focus. Bij vieren denk ik meestal aan de geboorte van iemand of iets. Een mens of iets leeft, bestaat, en dat vieren we op gepaste tijden. Daardoor krijgt het ook een soort van bestendigheid. Wat ik moeilijk vind, is me te realiseren dat mensen, relaties en activiteiten ook weer ophouden te bestaan en dat je het ook moet laten gaan, moet laten vieren. Het is een uitdaging om al het unieke dat tot leven komt, te vieren, maar ook weer los te laten als dat nodig is.’