interview Dorothée Florentinus

door zr Dorothea Mulder-Derks

“Door zelf in actie te komen, ben ik als persoon gegroeid”

Dorothée Florentinus is twintig jaar en geboren en getogen in de gemeenschap. Haar ouders zijn br Rik en zr Lyke. In juni 2011 is ze na haar eindexamen HAVO een jaar naar Uganda geweest.

Hoe ben je ertoe gekomen?

“Ik was eigenlijk plannen aan het maken om naar Amerika te gaan om daar een jaar te studeren. Het bleek lastig om aan een visum te komen en om de financiering voor een jaar studeren rond te krijgen. Toen ben ik gaan nadenken over een alternatief en bedacht ik om naar Uganda te gaan. Ik heb contact opgenomen met Charles Byarugaba, contactpersoon voor het project van Kisheyi en vroeg hem of ik daarheen zou kunnen komen. Ik dacht er op dat moment over om of docent te worden of arts en het leek me een goede mogelijkheid om te ontdekken wat bij mij past.”

Kun je iets meer vertellen over het project in Kishenyi?
“Het project in Kishenyi behelst een medische post, een lagere school en een voorbeeldboerderij. De boerderij bestaat uit onder andere een koffieplantage en diverse akkerbouw van maïs, zoete aardappel, cassave, bananenbomen, mangobomen en papayabomen. Dorpelingen werken op deze boerderij en ontvangen hier inkomsten voor. Ze leren ondertussen hoe je koffie kunt telen en akkerbouw kunt toepassen.

In het dorp zijn twee privéscholen en één overheidsschool. Ik heb les gegeven op de privéschool, die deel uitmaakt van het project van Kishenyi. Deze school wordt dus niet door de overheid gefinancierd en kan alleen bestaan door giften. Ik begon in september met lesgeven, drie dagen in de week. Eerst gaf ik alleen Engels in groep vijf, maar tegen de tijd dat ik wegging had ik een mentorklas waar ik verantwoordelijk voor was en gaf ik zes dagen in de week les: Engels, wiskunde, aardrijkskunde en Nederlands. Kinderen van hetzelfde niveau zitten bij elkaar in de klas, dat betekent dat er kinderen van veel verschillende leeftijden bij elkaar zitten. De school doet het erg goed en groeit in leerlingenaantal.”

Wat waren je verwachtingen?
“Ik had niet zoveel verwachtingen toen ik naar Uganda toe ging en ik heb dat ook bewust zo gedaan, omdat ik niet zo goed wist wat ik ter plekke zou kunnen doen. Ik heb heel veel tijd geïnvesteerd in de leerlingen van de school door heel vroeg naar school te gaan. Als ik werd gevraagd om ergens langs te gaan, dan ging ik erheen. Ik heb ook vrijwilligerswerk gedaan bij de kostschool, die bij de privéschool waar ik werkte hoort. Een heel aantal kinderen van de school slaapt in de kostschool. P7 (de laatste groep) zat verplicht op de kostschool, omdat ze anders te veel tijd bezig waren met lopen naar school. In de periode dat ik er was, zaten er tien jongens en twaalf meisjes op de kostschool, maar normaal gesproken verblijven er wel tot achtenveertig leerlingen. De leerlingen slapen en eten daar. Er zijn twee docenten, die op deze kostschool wonen. Ik heb daar vaak mee gegeten, gewoon, omdat de leerlingen dat gezellig vonden. Ook heb ik op de kostschool bijles gegeven en ik heb les gegeven aan de avondschool. Als ik dan klaar was, dan was het soms al erg laat, waardoor ik vaak op de kostschool bleef slapen of bij een familie in de omgeving logeerde.”

“Er waren twee Amerikaanse meisjes, Kirby en Kelsey, die ik al kende en die ook in Uganda vrijwilligerswerk deden, waardoor ik af en toe daar naar toe kon als ik niets te doen had. Deze meiden waren betrokken bij Access, CCW, een christelijke studentenvereniging, die drie keer in de zomer op Oudezijds 100 langs zijn geweest om vrijwilligerswerk te doen. Samen met deze meisjes heb ik toen de school vakantie had, vrijwilligerswerk gedaan bij de jeugdgevangenis en een kindertehuis in Kampala. Dit was behoorlijk indrukwekkend en ik heb er veel van geleerd. Zoiets had ik van te voren niet kunnen bedenken.”

Wat heb je van je verblijf in Uganda geleerd, wat heb je ervan mee genomen naar huis?
“Zou je het anderen aanraden om een jaar weg te gaan en waarom?
Het meest concrete is dat ik, toen ik uiteindelijk weer terug was, besloot dat ik geen docent wil worden. In de jeugdgevangenis heb ik meegeholpen met het medische team en heb ik onder andere leren hechten. Dat vond ik heel erg leuk. En toen heb ik besloten dat ik iets met geneeskunde wil doen. Nu studeer ik HBO-verpleegkunde in Utrecht.

Ik raad iedereen aan om een jaar weg te gaan. Het is heel goed voor je eigen ontwikkeling, je leert zelfstandig te leven en beslissingen te nemen. Je moet zelf in actie komen en als je dat doet, groei je enorm, dat heb ik zelf zo ervaren. Ook heb ik zoveel verschillende mensen ontmoet, dat ik geen mensenangst meer heb.”

Onverklaarbaar bewoond, is het jaarthema van Oudezijds 100, hoe verbind jij dat aan wat je in Uganda hebt meegemaakt?
“In het begin was het best zwaar en wennen: slecht sanitair, het eten vond ik maar niets en er was veel ongedierte. Na een tijdje gaat dat allemaal wennen – behalve de ratten onder mijn bed, daar wen je nooit aan. Iemand gaf me de tip om met een paar mensen een uur lang heel hard te zingen. Toen heb ik allemaal kinderen opgetrommeld en hebben we samen een uur lang héél hard gezongen. En inderdaad: toen bleven de ratten weer een tijdje weg!”