interview Robert Jan

door Leendert van Wolfswinkel

“De sfeer op Oudezijds 100 is persoonlijker”

Robert Jan is in 2015 op Oudezijds 100 komen wonen. Hij volgt een traject van begeleid wonen om bepaalde dingen in zijn leven te veranderen, zodat hij op termijn weer zelfstandig verder kan gaan. Deze trajecten beginnen in het Vaderhuis, het grootste pand van Oudezijds 100, waar de begeleiding intensief is. Na een paar maanden of langer verhuizen mensen door naar een appartement elders in de gemeenschap, waar de zelfstandigheid groter is. Robert Jan heeft, zoals beloofd, de koffie al klaar staan als ik bij hem langs kom.

Vertel, hoe ben je hier gekomen?

'Ik zat hiervoor bij een andere christelijke woon- en leefgemeenschap, bij Apeldoorn. Ik had een aantal verschillende relaties gehad die steeds weer stuk liepen, ik was in een dip geraakt en drugs gaan gebruiken. In die gemeenschap ben ik twee keer geweest, maar als ik weer op mezelf ging wonen, ging het steeds weer mis. Ik kende in die buurt iedereen. Als ik zelf veranderde, bleef mijn omgeving hetzelfde. Dan hoefde er maar íets te gebeuren, ik hoefde maar één keer zwak te zijn en dan was ik weer terug in mijn oude gewoontes. De laatste keer dat ik daar mijn leven thuis weer oppakte, werd het wel heel heftig. Ik raakte zwaar aan de drugs en ben toen drie maanden onder de radar geweest. Niemand wist waar ik was. Mijn nichtje zei later: ik had je eigenlijk al opgegeven. Daar ben ik toen heel erg van geschrokken. Via die leefgemeenschap kwam ik in contact met Annalyne (de dochter van br Rik en zr Lyke, red.), die zag ook dat het beter voor me zou zijn om weg te gaan uit die omgeving. Zodoende ben ik dus hier gekomen.'

Je bent dus al langer met jezelf bezig?

'Ja. Mijn vader werd ziek toen ik drie jaar was, leukemie. Hij overleed toen ik zes was. Dat was een harde klap voor ons gezin en iedereen ging daar op zijn eigen manier mee om. Daarna rolden we van het ene probleem in het andere. Ik zocht mijn vertier buiten. Het was niet echt een veilige, stabiele jeugd. Langzaam raakten ze de grip op mij kwijt. Ik ging spijbelen en bleef nachten weg.

In die periode werd ik depressief. Toen ik een jaar of zeventien was heb ik een zelfmoordpoging gedaan. Wonderbaarlijk genoeg ben ik weer helemaal uit die depressie gekomen, maar toen werd het haast het tegenovergestelde. Ik wilde alles uit het leven halen en deed alles met de gedachte ‘je leeft maar één keer’. Ik begon een eigen bedrijf, ik kreeg een relatie, het ging me voor de wind.'

Waar verdiende je je geld mee?

'Ik kan heel goed leren, maar ben op mijn achttiende begonnen met ondernemen. Ik had altijd ideeën, zag altijd kansen. Ik had een schoonmaakbedrijf, later kwam daar schilderen bij en kleine bouwwerkzaamheden. Ik organiseerde feesten en handelde in alles, van vuurwerk tot kleding tot drugs. Ik smokkelde dingen naar binnen op feestjes, speelde spelletjes met de politie. De spanning die daarbij kwam, gaf me een kick. Het niet gepakt worden, de kat-en-muisspelletjes, de politie altijd een stapje voor zijn. Dat werd een tweede natuur: voorzichtig zijn met wat ik via de telefoon zei, altijd uitkijken wat ik deed, altijd nadenken hoe ik afsprak en met wat voor mensen.

Ik had steeds meer geld en kwam met één been in de criminaliteit te staan. Toen had ik nog niet in de gaten wat voor pijn ik mensen daarmee deed. Ondertussen had ik altijd nog wel m’n problemen, daar was ik nooit mee aan de slag gegaan.'

Hoe was het om op Oudezijds 100 te komen?

'Wennen, heel erg wennen. Alleen qua setting al. Daar in Apeldoorn ging het er nogal ruig aan toe. Er waren daar alleen maar kerels, met in totaal zo’n duizend jaar gevangenisstraf. Hier is het een stuk netter, je woont gewoon tussen de gezinnen, dat kwam allemaal in een keer op me af. Maar ik werd hier warm ontvangen, het was vooral heel prettig. Bij veel instellingen ben je een nummertje, ben je een patiënt. Oudezijds 100 lijkt meer op een familie.'

Je zegt dat het wennen was. Daar klinkt ook in door dat het niet meteen makkelijk was. 

'Als je in het Vaderhuis woont, kunt je niet om elkaar heen. In mijn eerste jaar hier was er een aantal andere bewoners die heel obstinaat waren, die wilden nergens aan mee doen. Ik voel het snel aan, als ergens de sfeer niet goed is, daar had ik het wel lastig mee. Ik heb later nog eens twee maanden in het Vaderhuis gewoond, toen was de sfeer zoveel positiever. Toen vond ik het bijna jammer dat ik doorverhuisde.'

Hoe was het om vanuit het Vaderhuis door te verhuizen naar een eigen appartement?

'Ik liep er al vrij snel tegenaan dat op mezelf wonen alleen werkt als ik een goede structuur heb. Nu voel ik me bijvoorbeeld ook niet helemaal lekker, maar morgenochtend om 7 uur zit ik wel in de sportschool. Dat dat zo belangrijk voor me is, daar had ik in het begin helemaal geen erg in. Ik ben nu meer bezig met gezond eten, sporten, mediteren - dat is tien keer beter dan bijvoorbeeld de Ritalin die ik eerder gebruikte. Ik kan nu weer gewoon een boek lezen, daar had ik eerder echt het geduld niet voor.'

Je werkt op Oudezijds 100 ook ergens naar toe. Is daar een vaste termijn aan verbonden? 

'Er wordt niet op de kalender gekeken en gezegd, je hebt drie maanden de tijd om je problemen op te lossen. Ze hebben hier meer geduld met mensen, het is menselijker. Ik zet één stap achteruit, maar daarna ook weer twee, drie stappen vooruit. Omdat er wel aan getrokken blijft worden. Dan kom je daadwerkelijk achter de echte problemen en die zitten bij mij toch iets dieper dan dat ik verwacht had. Bijvoorbeeld dat mijn alcoholverslaving meer met impulsiviteit heeft te maken dan met een doorlopende verslaving. Daarom heb ik een tijdje geleden voorgesteld om elke dag onder toezicht een pil te slikken die ervoor zorgt dat ik van het kleinste beetje alcohol al verschrikkelijk ziek word. Dat blijkt voor mij heel goed te werken. Maar zoiets moet langzaam maar zeker vorm krijgen, dat kun je niet op een papiertje van tevoren uittekenen.

De sfeer op Oudezijds 100 is ook persoonlijker dan in een instelling. Simpele gesprekjes in de trant van ‘hé man, hoe gaat het nu met je’ zijn soms net wat je nodig hebt, dat zijn het soort dingen die je ergens anders niet hebt. Dat vind ik mooi aan deze plek.'

Hoe ben je veranderd sinds je op Oudezijds 100 kwam?

'Terugkijkend naar mijn verleden denk ik weleens, God, wat heb ik allemaal gedaan. Mijn hele drijfveer is veranderd. In dat proces kom ik mezelf tegen en dat is soms moeilijk. Ik ben een stuk opener geworden. Ik heb geleerd beter naar mezelf te kijken. Eerder was ik egoïstischer en meer bezig met geld verdienen en allerlei zaakjes. Nu doe ik vrijwilligerswerk. Had je me twee jaar geleden moeten vertellen! En ik ga het nog echt leuk vinden ook. Daaraan zie je wel dat er dingen veranderen.'

Je wordt hier begeleid door maatschappelijk werkers. Hoe is dat?

'Er moet een klik zijn, je moet elkaar vertrouwen. Ik waardeer het geduld van mijn maatschappelijk werker hier op Oudezijds 100. Soms heb ik niks bijzonders, dan hebben we gewoon een leuk gesprek. Op andere momenten zitten dingen mij dwars en dan laat hij me wel zien hoe daar mee om te gaan: familiesituaties of wat dan ook. Daarin heb ik aan hem wel een goeie. Hij laat me dingen zien, maar op een hele rustige manier. En wat betreft de psycholoog van De Waag die me begeleidt, idem dito. Die weet vaak de kern te raken, waardoor ik dingen van een andere kant ga bekijken.'

Je hebt eerder weleens verteld dat je als ervaringsdeskundige wilt werken. Is dat nog steeds iets wat je wilt? 

'Ja. En open over mijn verleden praten is daarin heel belangrijk. Aan het begin hier vond ik open over mijn verleden praten moeilijk, omdat ik toen nog met één been in mijn oude leven stond. Nu ik daar een streep onder heb gezet, is het voor mij makkelijker om erover te praten. Ik ben zelf door schande en schade wijs geworden en nu alles stap voor stap weer aan het veranderen. Ik weet precies hoe het allemaal werkt, met foute dingen, met drugs, de hele reutemeteut. Het lijkt me mooi om dat om te draaien en daar anderen mee te helpen.

Oudezijds 100 is wel een goede plek voor mij. Ik heb fijne mensen om me heen en ook de reuring buiten, dat is ideaal voor mij. Ik krijg al tranen in mijn ogen bij het idee dat ik straks weg moet.'

Tegelijkertijd is dat wel waar je naartoe werkt. Wat moet er gebeuren voor je die stap zet? 

'Ik ben met schuldsanering bezig, zorgen dat dat allemaal mooi schoon is. Ik wil dat ik lange tijd stabiel ben en met die alcoholpillen die ik slik ziet dat er wel goed uit nu. Ik wil een contract met m’n werkgever, een mooi plekkie voor mezelf en daarbij dan het werk als ervaringsdeskundige. Gewoon een rustig leventje, wat ik helemaal niet ken eigenlijk. Het was altijd een heksenketel. Ik ben nu op zoek naar stabiliteit, zoals het hoort. En van daaruit weer verder kijken. Een leuke vrouw, misschien nog wel een kind in de toekomst, lijkt me gaaf.'

Er ontstaat nu ruimte om over dat soort dingen te dromen. 

'Absoluut. Dat paste eerder helemaal niet in mijn leven. Ik heb vrienden, die zitten in de gevangenis terwijl hun kind geboren wordt. Ik heb zelf geen vader gehad, dan ga je dat je kind echt niet aandoen. Dat je telkens over je schouder heen moet kijken, of dat je kind zich afvraagt, hoe komt papa aan al z’n geld? En die stress, dat voelt een kind ook. Nu is dat heel anders. Als ik op Oudezijds 100 kinderen zie denk ik nu: ah leuk man, lijkt me echt gaaf.  Het gaat allemaal een positieve richting in. En ik zal nooit een doorsnee jongen worden, ik heb altijd wel m’n kicks en gekkigheid, maar wel heel anders dan dat het was.'