interview Matthijs Kronemeijer

door Coby Aarnoudse

“De gemeenschap is voor mij een plek om op verhaal te komen”

Matthijs Kronemeijer woont vanaf de zomer van 2011 bij Oudezijds 100. Hij is getrouwd met Brenda en als tochtgenoot aan de gemeenschap verbonden.

Wat is jouw verhaal?

“Ik ben geboren in Groningen en opgegroeid in Kampen. Op mijn achttiende verhuisde ik naar Utrecht waar ik theologie ging studeren. Aanvankelijk studeerde ik aan de protestantse faculteit maar halverwege mijn studie maakte ik de overstap naar de rooms-katholieke. Er volgde een periode van oriëntatie op het katholieke geloof. In 1996 maakte ik de overstap en werd ik gevormd. Ik werk als wetenschappelijk medewerker bij de geestelijke verzorging bij de krijgsmacht. Ik houd me onder andere bezig met het ontwikkelen van een opleidingsplan voor aalmoezeniers. Op deze manier geef ik vorm aan de katholieke inbreng in een overkoepelend opleidingsplan voor de verschillende geestelijk verzorgers bij de krijgsmacht. Verder verzorg ik nascholing voor aalmoezeniers in dienst van de krijgsmacht. Mijn interesse ligt bij geloof en samenleven; dit uit zich in mijn werk en door allerlei vrijwillige projecten. Ik zit in de adviescommissie kerk en samenleving van de katholieke raad voor kerk en jodendom. Sinds kort ben ik betrokken bij de CDA-denktank Kleurrijk, waarin ik meedenk over multiculturele vraagstukken. Mijn grootste liefhebberij is zingen, ik zing in het koor van de Amsterdamse Nicolaasparochie. Indirect heeft het zingen mij bij Oudezijds 100 gebracht. Ik zong in een gelegenheidskoor bij de diakenwijding van een kennis. In dezelfde dienst werd br Rik tot diaken gewijd. Mijn vrouw Brenda was daarbij aanwezig, ze was toen tochtgenoot bij Oudezijds 100. We hadden elkaar één keer eerder ontmoet bij een conferentie voor bijbelwetenschappers. Het weerzien mondde uit in een relatie en nu wonen we als getrouwd stel in de gemeenschap.”

Wat heb je met leven in een gemeenschap?
“Ik heb in mijn studententijd in twee verschillende gemeenschappen gewoond. Eerst bij de paters Maristen in Utrecht, een leefgemeenschap die bestond uit drie paters en twee studenten die bij hen kamers huurden. Ik kon deelnemen aan de breviergebeden en aan de maaltijden. Toen dit huis, tot mijn spijt, sloot, moest ik op zoek naar een andere kamer, die vond ik voor een korte periode bij de fraters van Tilburg. Deze gemeenschap had meer overeenkomst met Oudezijds 100. Er woonden vijf fraters, daarnaast een vluchtelingengezin en internationale theologiestudenten. Een paar jaar geleden heb ik nog een korte tijd in de Nikola-kommuniteit gewoond, ook in Utrecht. Ik heb altijd interesse gehad in het leven in een gemeenschap en er rekening mee gehouden dat ik in de toekomst mijn leven op deze manier vorm zou geven, maar dan wel met de mogelijkheid om er gehuwd te leven. Samen met Brenda heb ik ervoor gekozen om tochtgenoot te worden. Dit was een keuze voor meer betrokkenheid bij de communiteit. We willen het leven in een christelijke gemeenschap serieus overwegen. Maar naast een fulltime baan is het wel een uitdaging om tijd te vinden voor mijn rol in de gemeenschap. Tot mijn vaste taken horen receptiediensten in de Kajuit en voorgaan in de kapel.”

Hoe speelt je geloof een rol bij het vormgeven van je leven in de gemeenschap?
“Oecumene en het geloof in een universele kerk zijn voor mij heel belangrijk. Dat neem ik mee in mijn kijk op gemeenschapsleven. Heel concreet kan ik mijn katholieke geloofsbeleving delen in de kapeldiensten. De liturgie van de gebeden geeft aan voorgangers veel ruimte voor een oecumenische invulling, van Youth for Christ tot Liedboek en abdijpsalmen. Daar gaat kracht van uit. Daarom voel ik me als ik voorga ook vrij om voor een katholieke invulling te kiezen. Zo sluit ik soms het avondgebed naar katholieke traditie af met een Marialied. Maar mijn geloof maakt me ook bewust van het belang van dienstbaarheid als getuigenis en als stimulans voor geloofservaring. Hier ligt de motiverende kracht van het gemeenschapsleven.”

Wat zegt het jaarthema Op verhaal komen jou? 
“De gemeenschap is voor mij een plek om op verhaal te komen, bijvoorbeeld omdat het een contrast vormt met mijn werkomgeving. Binnen de gemeenschap bidden we samen en delen we heel wezenlijke zaken. Er is echte ontmoeting met mensen met allerlei achtergronden. Zo veel verschillende mensen zou ik anders niet zo dichtbij me hebben. Het voorbeeld van de mensen die zich trouw en onvermoeibaar inzetten voor de gemeenschap vind ik heel bemoedigend.

 

Verhalen zijn belangrijk, het christendom is een religie vol verhalen. Op verhaal komen bij Oudezijds 100 is ook: je verhaal kwijt kunnen en kunnen luisteren naar de verhalen van anderen. De laatste tijd ben ik vanuit mijn werk bij de geestelijke verzorging bezig met de vraag: ‘waarom en wanneer is geloven goed voor mensen?’ Ik denk dat de taal die het geloof geeft in verhalen en symbolen heilzaam kan zijn voor de mens.