interview br Rik Florentinus

door Pieter Pronk

“Door te luisteren naar mijn eigen communiteit en naar andere communiteiten, word ik steeds geïnspireerd.”

br Rik Florentinus sg is prior van communiteit Spe Gaudentes, die de kern vormt van gemeenschap Oudezijds 100.

Wie ben je?

‘Ik ben br Rik. Dat is mijn naam. Ik ben onder andere prior, vader en echtgenoot.’

Hoe ben je op Oudezijds 100 en bij de communiteit Spe Gaudentes terecht gekomen?

‘Ik ben bij Oudezijds 100 terechtgekomen, omdat ik in 1983 stage kwam lopen als verslavingstherapeut. Ik loop eigenlijk nog steeds stage hier. De mensvisie en de manier van hulpverlenen, die uitgaat van de wederkerigheid spraken me aan, en daarom ben ik ook gebleven. Eerst als vrijwilliger en nu als gehonoreerd vrijwilliger en communiteitslid.

Ik heb hier Lyke leren kennen. Zij was in mijn eerste jaren bij Oudezijds mijn sparringspartner op het gebied van hulpverlening en gemeenschap. En op een gegeven moment gingen mijn ogen open voor de liefde  en zijn we getrouwd.

We hielden allebei van Oudezijds 100, en in een periode van crisis werd door anderen gezegd dat de communiteit geen toekomst meer zou hebben. Want, zo werd gezegd, het zijn alleen ouderen, en er komen geen jongeren meer bij. Als een statement tegen dat idee, zijn wij lid geworden van de communiteit. Pas veel later zijn we gaan begrijpen wat het werkelijk communiteit-zijn inhoudt, en nu leren we nog steeds.’

Hoe ziet een typische dag of week van jou eruit?

‘Opstaan, ontbijt, kapel, koffie, dan eventueel een vergadering of teksten schrijven of bureauwerk of in gesprek met iemand. Zeven dagen, waarvan ik gemiddeld twee dagen besteed aan mijn werk als priester bij de Anglicaanse Kerk in Amsterdam. Een halve dag aan mijn gezin en vrouw. Een dag aan de OpStap. Een anderhalve dag communiteit, een dag management en een dag aan de gehele woongemeenschap.’

Wat betekent Pasen vieren in oecumenische gemeenschap voor jou? En wat zijn de uitdagingen en wat de verrijking?

‘Pasen is voor mij hét hoogfeest van de kerk. Binnen de gemeenschap en communiteit vind ik het ook het meest intensieve waarbij je met elkaar viert en onderweg bent.

De uitdaging vanuit de oecumene is dat ieder communiteitslid ook verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen thuiskerk. En dat brengt je wel eens in een spagaat. Net als bij de spagaat tussen gezin en communiteit. Waar leg je de prioriteit?

De verrijking van een oecumenische Pasen is dat je met de verschillende kerkafdelingen samen op weg mag gaan naar het grote Paasfeest. Want Pasen staat in het teken van de genade. Niet de goedkope genade, maar de genade vanuit geloof en vertrouwen, die je in beweging zet.’

Wat roept het jaarthema 'hier ben ik' bij je op?

‘Het jaarthema is voor mij dit jaar heel sterk. Omdat het aan de ene kant heel breed bekeken kan worden, maar je kan je ook dagelijks afvragen: ben ik er vandaag werkelijk voor de ander? (De ander met hoofdletter, als met een kleine letter a). Het jaarthema doet steeds weer een appèl op je, maar in de wetenschap dat je niet alleen bent.’

Wat betekent het voor je om prior van een oecumenische leefgemeenschap te zijn? Wat zijn de uitdagingen? Wat geeft het je?

‘Prior zijn betekent eigenlijk jezelf wegcijferen voor de ander, maar dat is niet altijd even makkelijk, zeker niet met mijn karakter. Prior zijn betekent de eenheid van de communiteit te bewaren en dat is altijd zoeken naar hoe de verscheidenheid van alle communiteitsleden de eenheid volledig maakt, in plaats van dat de verscheidenheid de eenheid afbreekt. En daarmee is de communiteit een oefenschool (voor de oecumene) in de kerk, dat ook in de kerk de verscheidenheid van de kerkafdelingen juist de eenheid van de kerk van Christus volledig maakt, in plaats van dat het die eenheid afbreekt.

Als prior is het van belang dat je luistert naar de mogelijkheden van de andere communiteitsleden. Soms kan je een visie hebben, maar als de anderen daar nog niet klaar voor zijn, moet je dat nog laten rusten. Zo is het ook voor de oecumene in de kerk. Als iemand er nog niet klaar voor is, kun je hem het niet opleggen, omdat je juist dan de eenheid verstoort. En als prior moet je leren de taal van de ander te verstaan, er wordt vaak veel gezegd, maar de betekenis van woorden kunnen zo anders geïnterpreteerd en gehoord worden. In de drukte van alledag is juist daar het gevaar van miscommunicatie met al haar gevolgen.

Sinds ik prior ben, ben ik steeds meer en veel meer aan het nadenken over wat de communiteit nou is en hoe de communiteit in verhouding staat met de hele woongemeenschap Oudezijds 100. Is de communiteit een onderdeel van de woongemeenschap of juist andersom? Ze zijn onlosmakelijk verbonden en onderdeel van elkaar. Als prior ligt voor mij de nadruk op de communiteit en haar commitment. En welke betekenis Spe Gaudentes kan hebben voor de Kerk en andere gemeenschappen/communiteiten.

Door te luisteren zowel naar je eigen communiteit als ook naar andere communiteiten, word je steeds geïnspireerd en wordt het me nog duidelijker dat ik niet zonder communiteit zou willen leven. Juist ook omdat deze communiteit voor mij een beeld is van de kerk. Een communiteit waarin je elkaar niet uitkiest, met veel verscheidenheid, en samen onderweg bent naar het grote Pasen.’